Op weg naar Inclusief 2.0 met intercultureel communiceren

door: Sandra Lont

Inclusief denken en werken is een basiswaarde van stichting Kopwerk, sinds de oprichting in 2001. Dat heeft ertoe geleid dat onze basisscholen in de wijken of dorpen waar ze staan, relatief veel ‘zorgleerlingen’ hebben. Teams vinden het vanzelfsprekend om ook kinderen met zorgvragen, kleine maar ook grote, zo lang mogelijk passend onderwijs te bieden. Bestuur en staf willen daarin ondersteunen en stimuleren.

Elke school is anders en dat is maar goed ook. De plek waar een school staat alleen al, kan een wereld van verschil maken. Kopwerkscholen doen er alles aan om alle kinderen dicht bij huis het best passende onderwijs te bieden. Dat geldt net zo goed voor een kind met een beperking of een gedragsprobleem, als voor een hoogbegaafd kind of een anderstalig kind uit een andere cultuur.

Den Helder is al heel lang een interculturele stad en onze scholen daar hebben als vanzelfsprekend een interculturele leerlingpopulatie. In Medemblik is dat ook alweer decennialang zo. Maar zo verschillend als die steden zijn, zo verschillend is ook de bevolking.


Dynamiek

Ook de (school)bevolking in de dorpen verandert. In onze agrarische omgeving vestigen zich veel arbeidsmigranten uit Oost-Europa. Hun kinderen gaan ook naar Kopwerkscholen. Op onze relatief kleine scholen kunnen de kinderen uit een paar anderstalige gezinnen al een heel andere dynamiek geven en ook relatief veel aandacht van het team vragen. En dat niet alleen vanwege een achterstand in de Nederlandse taal, maar ook door cultuurverschillen.


Mensen zoeken graag aansluiting bij wat bekend is, bij wat lijkt op henzelf. Op scholen zie je dat zowel onder leerlingen als onder ouders. In de groep voelen kinderen zich vaak het meest op hun gemak bij kinderen die een beetje op hen lijken en op het schoolplein zoeken ouders diegenen op in wie ze iets van hun eigen achtergrond herkennen. Zo vormen zich groepen en soms ontstaat er een dynamiek waarin die groepen zich tegenover elkaar gesteld gaan voelen en aan machtsvertoon gaan doen.

Interculturaliteit

Dat gebeurde op het Koggeschip in Medemblik. In de groepen 7 en 8 ontstond gedrag dat gevoelens van onveiligheid veroorzaakte. Er was onrust, en handelingsverlegenheid die zich vooral voordeed in de omgang met kinderen van Turkse komaf. Toen teamleden suggereerden dat nieuwe inschrijvingen van kinderen met een Turkse achtergrond misschien tijdelijk geweigerd zouden moeten worden, en daarbij op het schoolplein spanningen tussen een Nederlandse vader en een Turkse moeder escaleerden, besloten de directeur en de intern begeleider dat ze te weinig kennis hadden van de Turkse cultuur. Ze schreven zich in voor een cursus interculturele communicatie van Bureau Veiligheid. Die cursus leidde tot aanvraag van een maatwerktraining voor het hele team, met trainer interculturaliteit Köksal Nurdogan. Het komt mooi uit dat Köksal een tweede generatie Nederlander van Turkse komaf is, en met vele eigen ervaringen - inmiddels ook als trainer in het onderwijs - de kijk op wat zich afspeelt op het Koggeschip kan verdiepen.

De training heeft inmiddels plaatsgevonden en door de deelnemers werd er positief op gereageerd. Ik wilde Köksal graag laten vertellen over de training vanuit zijn gezichtspunt en maakte een afspraak waarin ik hem een paar vragen stelde.

Wat heeft u gedaan op het Koggeschip?

'Na een kennismakingsgesprek op de school ben ik een dag aan de slag gegaan met het team. Leergierige mensen! De zes cultuursleutels waren voor mij een belangrijk hulpmiddel om mijn doelen te bereiken: bewustmaking van culturele verschillen en op basis daarvan het aanreiken van handvaten voor effectief intercultureel communiceren. Daarbij zou ik mij in de eerste plaats richten op communicatie met Turkse kinderen en hun ouders.


In de wijk waarin het Koggeschip staat, is het gemiddelde opleidingsniveau van de bewoners niet hoog. En hoe lager het opleidingsniveau, hoe scherper je de cultuursleutels kunt herkennen als bepalend in het gedrag van mensen. Dat geldt net zo goed voor Nederlandse mensen'.

Köksal Nurdogan:
'De eerste stap is natuurlijk het contact'

De zes cultuursleutels:

  1. Lichaamstaal en ruimtegebruik
  2. Gender (m/v verhoudingen)
  3. Rollen binnenshuis/buitenshuis
  4. Eer en gezichtsverlies
  5. Religie/wereldbeeld
  6. Hiërarchie en status

Wat is acceptabel? Of respectloos?

'In de communicatie gaat het er natuurlijk om dat je begrip kweekt, maar met een taalbarrière wordt dat een stuk lastiger. In situaties waarin onbegrip is ontstaan, hebben teamleden te maken met mensen die grijpen naar machtsmiddelen, en met mensen die juist onmacht tonen. Dat zie je in de eerste plaats aan lichaamstaal. Wanneer een ouder macht probeert in te zetten in contact met een leerkracht, is het heel belangrijk te benoemen welk gedrag je ziet en duidelijk grenzen aan te geven. Wat is acceptabel en wat ervaar je als respectloos? Het is niet altijd respectloos als je geen hand krijgt, of als een kind je niet aankijkt. Je kunt dan aangeven dat je snapt dat dat met religie of opvoeding te maken heeft, dat jij het accepteert, maar je moet ook duidelijk maken dat het niet algemeen wordt geaccepteerd in Nederland en dat het op den duur problemen kan geven.


Het is niet acceptabel als een man er om vraagt een man te spreken in plaats van de juf. Je kunt er begrip voor opbrengen, maar er natuurlijk geen gehoor aan geven. Onmacht wordt vaak zichtbaar in emotie. Daarvoor geldt dat de leerkracht eerst begrip moet tonen. En dan: informeren. Want zowel achter het vertoon van macht als van onmacht zit meestal onbegrip. Met het overbrengen van informatie zijn we ook bezig geweest in de training. Leg maar eens uit aan ouders die gebrekkig Nederlands spreken, waarom hun kind een Rots en Water training nodig heeft… Dat vraagt oefening. En voorbereiding, zodat je de korte formuleringen, met zoveel mogelijk eenvoudige en eenduidige woorden, op een rijtje hebt.

Mooie dingen
'Ik was ook op de school voor observatie in een van de groepen, zodat ik kon adviseren over de aanpak van bepaald gedrag. Ik zag dat er wel iets nodig was, maar ik zag ook hele mooie dingen. Er werd Christelijk gebeden terwijl de moslimkinderen daar niet aan mee hoefden te doen. Ze hoefden alleen maar respectvol stil te zijn en dat gebeurde! Ik vond dat echt integratie. En het laat ook zien hoe het in mijn ogen moet kunnen: behoud van de eigen cultuur in respectvolle omgang met de cultuur van het land waarin je leeft.'


Heeft u nog een advies dat u het Koggeschip mee zou willen geven?

'Ja zeker! Het contact tussen de ouders kan beter. Ik denk dat een gezellige bijeenkomst voor alle ouders en leerlingen samen goed zou kunnen doen, barrières zou kunnen doorbreken. Iets met hapjes uit de verschillende culturen, muziek, kinderkunst om te bewonderen, spelletjes … En als je daar de kinderen in laat mee-organiseren, enthousiast maakt, hebben ze ook iets om thuis over te vertellen, wat het contact van de kinderen met hun ouders zou kunnen verbeteren.

'Niet alle kinderen hebben ouders die echt vragen naar wat er op school gebeurt'.

Op excursie naar de Moskee
'Niet alle kinderen hebben ouders die echt vragen naar wat er op school gebeurt. Ik denk dat er ook op het Koggeschip leerlingen zijn die dat missen, en zeker ook sommige Nederlandse kinderen. Ik denk dat het, los van het ouderevenement waar ik het net over had, ook goed zou zijn om als team na te denken over wat het kan doen aan het contact van kinderen met hun ouders. Ouders kunnen we niet meer opvoeden, maar wel informeren, bijvoorbeeld over het belang van voorlezen. Kinderen kunnen we stimuleren om papa en mama dingen te vertellen en ze, misschien wel letterlijk, mee te nemen in wat zij leren en beleven. Verder zou ik leerkrachten willen uitdagen om ook buiten de school intercultureel te leren, zodat ze meer beeld krijgen van de bredere wereld waarin hun leerlingen leven. Zo zou je zou als team op excursie kunnen gaan naar de Moskee.'


Heeft u een idee of de lerarenopleidingen tegenwoordig voldoende aandacht geven aan de omgang met leerlingen uit verschillende culturen, zodat pas afgestudeerde leerkrachten, of de leerkrachten van de toekomst, daar voldoende op voorbereid zijn?

'Ik vind dat er onvoldoende aan bewustwording van cultuurverschillen wordt gedaan. Ook interculturele communicatie verdient meer aandacht. Er zullen migranten naar ons land blijven komen en de diversiteit aan culturen onder de leerlingen zal alleen maar groter worden. Daar moeten de Pabo’s op inspelen, door de studenten meer diepgaande kennis over cultuurverschillen en de omgang daar mee te bieden, en door ze er meer mee te laten oefenen'.


Heeft u misschien een advies aan degenen die het onderwijs vormgeven, dat het onderwijs beter zou kunnen klaarmaken voor een meer en meer interculturele toekomst?

'Ik zou willen dat interculturele communicatie in het kerncurriculum van lerarenopleidingen een even grote plaats krijgt als kennis over gedrag. Goed intercultureel communiceren kan veel problemen voorkomen of oplossen, ook voor de maatschappij als geheel. In het basisonderwijs kan ontzettend veel gedaan worden aan een goede start van alle kinderen. Nu ligt er een grote uitdaging in intercultureel communiceren, waarmee we ook kinderen uit andere culturen mee kunnen nemen!'

Het Koggeschip staat voor:

“Ieder kind heeft recht op goed onderwijs passend in de tijd waarin het opgroeit, zodat hij/zij vol zelfvertrouwen als mens en volwaardig burger kan deelnemen aan de maatschappij”

Ondertussen op het Koggeschip…

Intern begeleider Hermien Bakker kijkt even de instroom van kinderen in groep 1 na. Deze is een redelijke afspiegeling van de bevolking in de wijk. Gelukkig, zo hoort het. Ongeveer één derde van de kinderen komt uit gezinnen met een migratie-achtergrond. Medemblik ligt relatief dicht bij de Randstad. Er wonen veel mensen die daar werken of gewoond hebben en Randstedelijke problemen zijn er nooit ver weg. Er leek zelfs sprake van beginnende segregatie in het onderwijs, zoals je dat in sommige grote steden ziet. Daar zijn ouders soms bereid hun kind ver van huis naar een basisschool te brengen, bijvoorbeeld omdat ze de indruk hebben dat hun kind vanuit die school meer kans heeft om op een hoger niveau uit te stromen.

Saai
Het Koggeschip staat in een wijk met veel rijtjeshuizen uit de jaren tachtig. Best ruim, rustig, zelfs een beetje saai zo midden op een werkdag. Gelukkig staat er een basisschool met een schoolplein waar lekker gespeeld kan worden. Natuurlijk onder toezicht en de leerkrachten hebben het er druk mee: geregeld komen er kinderen naar ze toe, bijvoorbeeld om te vragen of ze hun haren mogen vlechten. Ondertussen moeten ze ogen voor en achter hebben om te kijken wat er zich afspeelt. Maar als de speeltijd om is, verzamelen de kinderen zich gemoedelijk kletsend twee aan twee in een rij om de school weer in te gaan. Daar is de sfeer in de open ruimte waar de lokalen om heen liggen opgeruimd, fris, vredig.


Op het Koggeschip wordt al vele jaren intercultureel gewerkt. Meerdere culturen onder één dak maakt de opdracht elkaar te respecteren extra urgent. Niet alle kinderen krijgen dat vanuit hun thuissituatie voldoende mee. Het betekent hard werken voor het team, regels stellen, consequent zijn. Een voorbeeld van zo’n regel is: in de school wordt Nederlands gesproken. Ook op het schoolplein wordt deze zoveel mogelijk nageleefd. De school maakt duidelijk waar ze voor staat: het wandbord op de foto is onlangs nog in de school zelf gemaakt en heeft een centrale plek gekregen.

Hermien Bakker

Intern begeleider

Rekening houden
Ook de trainer interculturaliteit zegt het: “Je moet elkaar respecteren inclusief de culturele en religieuze achtergrond die je hebt. Die heb je en die houd je, niemand kan je vragen daar afstand van te doen.” Om de kinderen met een migratie-achtergrond ook alle kansen op een goede toekomst in ons land te geven, moeten we ze wel leren wat onze normen en waarden zijn en hoe ze zich daarbij aan kunnen passen. Zo komt het dat op het Koggeschip Christelijk gebeden wordt terwijl Moslim­kinderen op hun eigen manier respectvol stil zijn, maar ook dat er tijdens de ramadan geen belangrijke toetsen worden afgenomen en geen schoolkampen worden georganiseerd. Sommige moslimkinderen in de bovenbouw doen mee aan de ramadan, dat is voor sommigen ook belangrijk, en zeker voor hun ouders. Daar wil de school rekening mee houden.


Samen
Behalve op training in interculturaliteit is ingezet op een nieuwe methode om de woordenschat van kinderen uit te breiden: Logo 3000. Hermien is er blij mee. Ze is ook blij met wat er gebeurt in groep 7, de groep waarin er op een gegeven moment gewoon een tweedeling tussen Nederlandse en Turkse kinderen leek te ontstaan. Er stond een meisje op dat zei: ‘Zullen we vanmiddag met z’n allen naar het strandje gaan?’ En de hele groep wilde mee!


2.0
Het Koggeschip deed een bel rinkelen binnen Kopwerk-Schooltij. De bevolking in onze regio verandert zo dat inclusief werken een heel andere betekenis krijgt. Het inclusief denken dat Kopwerk in 2001 omhelsde, verdient hernieuwde aandacht vanuit het perspectief van de verschillende culturen die onze scholen nu samen gestalte geven. Bewustwording daarvan, en scholing over andere culturen en de omgang daarmee, kan het inclusief denken verdiepen. Zodat we het Kopwerk-Schooltij ‘inclusief 2.0’ kunnen gaan noemen.