VERHAAL VAN DE MAAND JULI
THEMA 'GELUK'

Hoe zit het met jouw masker?

“Wat kijk je toch weer boos”, zegt juf tegen Arianne. “Zet eens een wat vrolijker gezicht op.” Arianne heeft geen idee wat zij fout doet en al helemaal niet wat zij daar aan kan doen. Zij houdt haar gewone gezicht op, maar voelt zich verre van prettig. “Arianne, kijk eens wat vrolijker”, zegt juf de volgende dag onverwacht tijdens een rekeninstructie. Alle kinderen lachen, Arianne voelt zich verloren. Zij lacht mee als een boerin met heel erge kiespijn. De hele dag zit het voorval haar in de weg. “Kijk ik echt altijd boos?” vraagt Arianne als zij na schooltijd bij haar beste vriendin aan de thee zit. “Je kijkt zoals een Arianne hoort te kijken, ik zie niets bijzonders” zegt haar vriendin Lieke. “Waarom zegt juf dat dan iedere dag?”

De moeder van Lieke hoort het gesprek met verbazing aan. “Dat doet me denken aan het verhaal van de maskermaker, kennen jullie dat?” vraagt ze. “Terwijl jullie je thee opdrinken zal ik het vertellen.”

In een land ver weg woonde een maskermaker. Hij was niet alleen een vakman, hij was ook een wijs man. Uit het hele land kwamen mensen bij hem op bezoek die een nieuw gezicht nodig hadden. Ook vandaag was er een meneer op bezoek die graag een wat vrolijker gezicht wilde hebben. De maskermaker waarschuwde tegen de bijwerkingen van het blije masker: als je het te lang droeg kreeg je het niet meer af. Toch wilde de man het graag hebben. De volgende dag was het masker klaar. Het paste perfect. De maskermaker was immers een vakman! Lange tijd hoorde de maskermaker niks meer van zijn klant. Maanden later stond hij opeens weer in zijn winkel. De man begon te vertellen. Eerst was hij enorm blij met zijn masker. Hij kreeg van iedereen complimentjes. Men zei dat hij ineens zo vrolijk was en zo plezierig in de omgang. Maar hoe langer hij het masker droeg hoe minder prettig hij zich voelde. Hij moest eerlijk toegeven dat hij de waarschuwing van de maskermaker had onderschat. Toen hij het masker af wilde zetten was het al te laat geweest. Dat ging niet meer. “En nu hoop ik dat u een middel weet om het masker er toch af te krijgen, want het moet er echt vanaf en ík moet er echt vanaf.”

De maskermaker keek de man met het vrolijke masker lang aan. Hij zei verder niets, zoals het een wijs man betaamt. Hij verdween daarna naar de keuken en kwam terug met wat brood en een kruik water. “Ga naar de grot aan het eind van het dorp en blijf daar drie dagen en drie nachten. Neem dit brood en water maar mee.”

Met hangende schouders en een trage pas gaat de man op pad.

Drie dagen later komt hij vrolijk fluitend aanlopen. “Het gaat goed met me maskerman, ik wil je hartelijk bedanken. Ik heb nu ingezien dat het geen zin heeft om een masker op te zetten dat anders is dan ik me voel. Het zorgt ervoor dat ik het echte contact met anderen verlies, en dat wil ik niet.”

De maskermaker zei niets, knikte, glimlachte en nam het masker af. De man ging vrolijk en vol vertrouwen naar zijn dorp en vrienden terug.

Arianne wist nu dat ze goed was zoals ze was. Nu juf nog. De meiden gingen juf morgen een mooi verhaal vertellen.