Peter Buitelaar, directeur van De Rank in Julianadorp. De Rank is een Lerende School. Hoe werkt dat in de praktijk? Aaldert Goverts vroeg het hem ernaar met het gedachtengoed van Peter Senge (De vijfde discipline) in het achterhoofd.

Volgens Peter Senge werkt een Lerende School vanuit vijf disciplines:
- Persoonlijk meesterschap
- Leren
in teamverband
- Denken in systemen
- Mentale modellen
- Gedeelde visie

“Toen ik anderhalf jaar geleden als leidinggevende begon op de Rank wilde het team de ambitie om samen te leren weer oppakken. We zijn toen gestart met een tweedaagse waarin we stil hebben gestaan bij de voorwaarden die het samen leren mogelijk maken. Welk klimaat daarbij hoort. Daar hebben we gezien dat Persoonlijk meesterschap en Leren in teamverband niet los van elkaar te zien zijn. Je hebt de veiligheid van het team nodig om tot persoonlijke groei te kunnen komen. Het is kenmerkend voor de leerkrachten van De Rank dat zij het accent niet alleen leggen op de opbrengsten, maar vooral op het creëren van een veilig klimaat waarbinnen kinderen toekomen aan leren.”

Dat klinkt natuurlijk prachtig, maar hoe doe je dat nou in de praktijk? Hoe geef je dat vorm?

“Dat is niet altijd makkelijk. Een ander belangrijke voorwaarde is rust en ruimte. We zitten nu in een periode van een grote verbouwing. Dat is best heftig. Binnen het team heeft de schoolleider - in gedeeld leiderschap met de IB-er - daarin een belangrijke rol. Wij faciliteren, zoals bijvoorbeeld de tweedaagse. En van daaruit maken we goede afspraken met elkaar. Zo hebben we onder leiding van Theo Hoekstra een carrousel georganiseerd waarin de leerkrachten bij elkaar in de klas gingen kijken om bevindingen met elkaar te delen. Een eyeopener was de werkvorm ‘Belgische Delegatie’ waarin je jouw manier van lesgeven uitlegt alsof de toehoorder uit het buitenland komt. Mooi om te zien was de grote mate van openheid en de bereidheid om te leren van elkaars aanpak.”

Waar staan we eigenlijk voor?

“Wanneer je samen aan iets werkt, ontstaat er beweging. Zo hebben we vorig jaar met elkaar ontwikkelpunten vastgesteld t.a.v. taal- en rekenonderwijs, IPC, Vreedzame School en bovenpresteerders. Binnen het team zijn coördinatoren (vaak 2-tallen) opgestaan die het eigenaarschap van het betreffende ontwikkelgebied op zich hebben genomen. Dat begint praktisch, maar leidt snel tot de vraag ‘waar staan we eigenlijk voor als school?’

Dit is een hele natuurlijke manier van leren. Leren vanuit visie, vanuit het team, dat doe je dus ook door met elkaar vragen te beantwoorden van een collega die een klus te klaren heeft. Zo draait `ie rond en dat is zo gaaf om te zien! Gemeenschappelijke visie ontstaat niet zomaar. Vragen over visie komen pas naar voren als je met collega’s bezig bent stappen vooruit te zetten, zoals dit momenteel op de Rank gebeurt. Op dat moment komt - als een mooi natuurlijk proces - de vraag naar boven ‘waar willen we eigenlijk naar toe met elkaar?’”

Eigen regie

Bij het team van de Rank ontbreekt het niet aan ambitie, energie en intrinsieke motivatie. Dat leidt tot mooie dingen. ‘We gaan voor ‘eigentijds onderwijs.’ Dat moet natuurlijk worden ingevuld. Eigenaarschap speelt in ieder geval een belangrijke rol. “Vanuit mijn studie heb ik een onderzoek gedaan met de vraag ‘Wat verstaan wij onder eigenaarschap?’ Daar is de term ‘eigen regie’ uit voortgevloeid. Het onderzoeksrapport bespreek ik binnenkort met het team om met elkaar te kunnen bepalen hoe we hiermee verder gaan. Eigenaarschap is trouwens een belangrijke voorwaarde voor het ontwikkelen als geheel, ‘als systeem’. Als je kinderen de kans wilt geven om zich als één geheel te ontwikkelen en niet te desintegreren, is het van belang om te beginnen vanuit de intrinsieke motivatie van het kind zelf. Kinderen hebben meer ruimte om zich te ontwikkelen wanneer ze zelf keuzes mogen maken. Dat is niet eenvoudig want we hebben te maken met kaders. Maar toch is dit van groot belang. Er zijn kinderen die heel matig zijn in taal, maar geweldig kunnen dansen of goed zijn in techniek. Dat brede palet aan ontwikkeling willen we binnen de Rank, als het even kan, meer aanbieden.”

Keuzes maken

“De inspiratie en energie om te willen ontwikkelen zit in alle geledingen. Er is een klankbordgroep van ouders die input geeft voor de ontwikkeling van de Rank, net als de MR. Kinderen kunnen een nog grotere rol vervullen, voor hen is er nog niet altijd voldoende ruimte voor ‘eigen regie’. Dat is natuurlijk het einddoel. Het team heeft dit helder in beeld en wil dit graag verder ontwikkelen. Maar geeft ook aan hierin nog te moeten leren. Dat is een mooie bewustwording en vraagt om een vervolgtraject, dat we met elkaar gaan faciliteren. We moeten oppassen dat we niet te veel tegelijk willen. De kunst is eerder om te temporiseren en elkaar heel te houden, dan om ons zorgen te maken over intrinsieke motivatie en drive. En de uitdaging is vervolgens om de juiste keuzes te maken. We moeten niet alles een beetje willen doen.”

Mentale Modellen

“Een voorbeeld: Kinderen die boven gemiddeld scoren op cognitieve vaardigheden worden vaak in een zelfstandige setting aan het werk gezet. Dat vraagt om een hoog niveau aan regievaardigheden. Maar niet ieder kind met een hoog cognitief niveau beschikt over die vaardigheden. Zeker niet als een kind al aan het onderpresteren is. Het gevolg kan dan zijn dat een kind weer terug moet keren in de instructiegroep. Bepaald geen motiverende succeservaring voor het desbetreffende kind.”

Hoe zou je dit anders aan kunnen pakken?
Peter is erg onder de indruk van het werk van Elena Carmona van Loon. Maar ook in Finland heeft hij een voorbeeld van een sterke aanpak gezien. Kinderen werden daar ingedeeld in zogenaamde ‘landen’. Elk land was opgebouwd uit een aantal regievaardigheden (niveau 1 tot 3). De kinderen in land 3 (het hoogste niveau) waren zeer zelfstandig bezig en kregen veel ruimte voor de invulling van eigen keuzes... Andere kinderen kregen ook ruimte, maar op basis van hun regievaardigheden. Op deze manier wordt er dus niet alleen een appèl gedaan op de cognitieve vaardigheden, maar ook op de eigen regie. Zo kan een leerling die cognitief niet zo sterk is, toch ruimte krijgen om zelfstandig te werken.

Mentale modellen herkennen. Ook bij jezelf.

“Als leidinggevende loop je nog wel eens het risico dat je denkt dat je gelijk hebt als mensen je niet tegenspreken. Als dit langdurig het geval is, ga je in je eigen waarheid geloven. Dat risico lopen leerkrachten in zekere zin ook. Zij zijn de hele dag in een lokaal met kinderen en hebben ook de hele dag ‘gelijk’. Mijn mentale model toen ik in het onderwijs kwam werken was ‘ik heb nog weinig kennis van het onderwijs’. Dat heeft mij in het begin gehinderd om regelmatig een klas te bezoeken. Dit mentale model was duidelijk niet functioneel. Want vanuit mijn eigen achtergrond had ik zeker aanvullend kunnen zijn.”

Volgens Peter is zelfreflectie is een goede methode om eigen mentale modellen in beeld te brengen. Je inzicht wordt met name vergroot door deze beelden met anderen te delen, zoals dit op de Rank tijdens de carrousel plaatsvond. “Het is lastig maar ook zeer belangrijk om te kijken naar je eigen handelen en wat voor effect dit heeft op een ander.”