Column door John Deckers en Jan Bot

‘De hark voorbij?’

Dit is de titel van een boek van Harold Janssen over Rijnlands denken en doen. Dat komt dus mooi uit! Een beetje column begint immers met een vraag. Maar wat heeft ons maandthema Rijnlanders met die hark te maken? En moeten we echt voorbij die hark zien te komen? Daarover straks meer. Eerst volgt een schets waar het deze maand over gaat.

Al eeuwen zijn er in de wereld leiders en volgers. De kleine groep leiders/staatslieden/bestuurders/directeuren maakt uit wat er moet gebeuren. De grote groep volgers voert daarna de besluiten uit. Dat heeft het voordeel van duidelijkheid en daar houden mensen van.

Het heeft ook het voordeel dat je als je geen leider bent en het tegen zit, je de schuld kunt leggen bij de leider die zegt dat het zo moet. Als je wel leider bent en het zit tegen, dan heb je natuurlijk personeel dat het weer niet snapt of incompetent is bij de uitvoering. In dit (we noemen het) Angelsaksische model wordt normaliter top down gewerkt.

We doen het al eeuwen zo. En dat is vast niet voor niets. Bij de marine, politie, brandweer en dergelijke organisaties is het maar goed ook dat het zo werkt. Een brand bedwing je niet accuraat met eerst een discussie over de aanpak.

In organisaties met veel hoogopgeleide mensen, zoals bij ons, zit dat hiërarchische model ook vaak de kwaliteit en de betrokkenheidin de weg. Een Rijnlandse aanpak met een “wie het weet mag het zeggen” cultuur levert dan meer op.

We werken graag op basis van de kwaliteiten en ervaringen van mensen. We hechten aan veel ruimte voor de schoolteams en houden zo de menselijke maat hoog in het vaandel.

We willen dat ons systeem dienstbaar is aan de mensen en de bedoeling. We haten het als het systeem een bureaucratisch doel op zich dreigt te worden.

Aan de basis van de besluiten die we als organisatie nemen liggen meestal overleggen met betrokkenen ten grondslag. Dat kost tijd en daar krijgen we als het goed gaat kwaliteit voor terug. Gelukkig zijn er veel professionals die mee willen denken, mee willen ontwikkelen en mee willen sturen. Organisaties hebben een bedoeling. De mensen die er werken hebben ook hun doelen en die zijn normaliter gekoppeld aan het vak dat ze uitoefenen. Als volwassen vakmensen vruchtbaar samenwerken groeit de kwaliteit en dat levert weer energie en mooie resultaten op.


Natuurlijk moeten ook bij Kopwerk/Schooltij met regelmaat knopen worden doorgehakt, keuzes worden gemaakt en figuurlijke branden geblust. Dan neemt de directeur of het bestuur of een staflid namens het bestuur een besluit en dat pakt dan goed uit, of niet natuurlijk. Er is in ieder geval niets Rijnlands aan.

Waarom die hark in de titel van een boek? De hark is de manier waarop managementbureaucratieën zichzelf tekenen. Bovenaan de beslissers en onderaan de uitvoerders. Wij laten de hark zoveel mogelijk in de schuur staan, klaar om hem te gebruiken als er brand uit breekt of knopen moeten worden doorgehakt. “Je gebruikt gereedschap alleen als je het nodig hebt.” Voor veel processen zit hiërarchie ons alleen maar in de weg. Dan willen we graag “voorbij de hark” onder het motto ik kan het samen!


“Zijn jullie Rijnlanders?” vroeg een collega laatst aan John en mij. Ik aarzelde met mijn antwoord. “Nee, ik ben geen Rijnlander, ik ben Jan en dat is John. Het Rijnlands gedachtegoed spreekt ons aan en helpt ons verder. Wat niet helpt is om de tegenstelling tussen Angelsaksisch en Rijnlands absoluut te maken. Je bent voor Rijnlands dus tegen Angelsaksisch of andersom. Ik word blij van Rijnlands werken want het brengt mensen in hun kracht. En soms moet je knopen doorhakken. Daarvoor ligt net voorbij de hark een bijl in de schuur. Er zijn volop dagen dat het bestuur niet in de schuur komt. Daar zijn we ongelooflijk trots op!

Hoe denk jij over sturen en volgen, leiden en uitvoeren? Rijnlands of Angelsaksisch?

We horen het weer graag!


John Deckers en Jan Bot.