Levenswijsheid:
Een Joodse vertelling

Een beroemde Poolse rabbi trok van stad tot stad. Overal waar hij preekte werden zijn preken met enthousiasme ontvangen en werd hij overladen met eerbetoon.

Zijn koetsier die hem op zijn reizen vergezelde, was diep onder de indruk van alle loftuitingen.


Op een dag, onderweg naar de volgende plaats waar de rabbi zou preken, vroeg de koetsier: ”Waarde rabbi, zou ik u om een gunst mogen vragen? Overal waar u komt wordt u met respect behandeld. Ik, als eenvoudige koetsier, zou zo graag eens willen meemaken hoe het voelt als alle aandacht op mij gericht is. Zou u niet voor een dag met mij willen ruilen, zodat de mensen denken dat ik de grote prediker ben en u de koetsier?”


Nu was de rabbi een nobel mens die iedereen het beste gunde, maar toch zag hij in dat deze persoonsverwisseling de nodige risico’s met zich meebracht.

“Stel dat ik mee zou werken”, sprak hij “Wat zou er dan gebeuren als men je moeilijke wetsproblemen zou voorleggen? Alleen de kleren van een rabbi geven je nog niet diens wijsheid”.


“Maakt u zich daarover geen zorgen, rabbi, dat risico neem ik graag op de koop toe”, antwoordde de koetsier.

De rabbi, die zag hoeveel deze ene dag voor zijn koetsier betekende, besloot hem zijn zin te geven. De mannen verwisselden hun kleren en spraken elkaar vanaf dat moment aan met elkaars naam.

Bij het binnenrijden van de stad waar de rabbi zou spreken, hadden zich reeds honderden mensen verzameld om hem welkom te heten. Terwijl de ‘koetsier’ het schouwspel op eerbiedige afstand gadesloeg, verdrongen de mensen zich rondom de ‘rabbi’ om hem de hand te schudden.

De ‘rabbi’ werd naar de synagoge geleid waar zich inmiddels alle hoogwaardigheidsbekleders van de stad en alle godsdienstleerlingen hadden verzameld. De ‘koetsier’ vond een plekje achter in de hoek en wachtte vol spanning hoe zijn plaatsvervanger het ervan af zou brengen.

Opeens stond een van de leerlingen op en riep: “Geleerde rabbi, wij hebben een groot probleem: niemand van ons begrijpt deze passage uit het wetboek. Wilt u ons alstublieft uitleg geven?”


Terwijl de ‘rabbi’ met gefronste wenkbrauwen het bewuste wetboek bestudeerde, brak het zweet de ‘koetsier’ aan alle kanten uit.

De stilte die viel, leek eeuwen te duren, maar plotseling stond de ‘rabbi’ op en richtte zich tot de studenten: “Een mooi stel studenten zijn jullie”, sprak hij, “dat jullie zo’n eenvoudige passage niet begrijpen. Zelfs mijn koetsier weet wat dit betekent”.

Daarop riep hij zijn ‘koetsier’ naar voren en verzocht hem het probleem even uit te leggen.