VERHAAL VAN DE MAAND SEPTEMBER
THEMA 'LEVENSWIJSHEID
'

Jongen

In lang vervlogen tijden leefde er een indianenjongen die Jongen heette.
Jongen voelde zich vaak triest omdat hij zo’n suffe naam had.
“Grijze Aarde,” sprak hij zijn vader aan, “kan ik geen andere naam krijgen? Wie heet er nu alleen Jongen?”
“Wanneer je een andere naam wilt, dan zul je die moeten verdienen, Jongen. Om een andere naam te krijgen moet je laten zien dat je dapper bent. Je moet iets doen waardoor je erg trots op jezelf kunt zijn zodat alle mensen naar je op zullen kijken.” “Wil je me daar bij helpen, papa?”
Grijze Aarde dacht even na. “Morgen is de bizonjacht. Je bent nu oud genoeg om mee te gaan. Laat maar eens zien wat je waard bent.”

De volgende ochtend vertrokken ze al vroeg. Jongen nam zijn boog en pijlenkoker mee. Het was een lange tocht. Zonder een woord te spreken klommen ze heuvel na heuvel over. Tot ze eindelijk verderop bij een bron een groep drinkende bizons zagen.

“Neem het vrouwtje”, zei Grijze Aarde. “Ze staat dichtbij genoeg om haar te raken.” Jongen spande zijn boog en wist zeker dat hij haar ging raken. Net toen hij de pijl wilde loslaten zag hij naast de bizon in het hoge gras iets bewegen. Een babybizonnetje kwam onbeholpen overeind en wankelde naar zijn moeder toe. Het maakte hongerige geluidjes en wilde gaan drinken. Zijn moeder likte hem.

“Schieten, nu!” zei Grijze Aarde zacht.
“Dat kan ik niet”, zei Jongen. “Dat babybizonnetje zou dood gaan zonder moeder.” Zwijgend liep hij met vader naar huis. Jongen voelde dat hij had gefaald. Hij ging thuis triestig naar de lucht zitten kijken. Zijn vriend Sneeuw kwam uitbundig vertellen dat hij een enorme bizon had geschoten en vanavond bij het kampvuur zeker een nieuwe naam zou krijgen. Het lukte Jongen niet om blij voor Sneeuw te zijn. Toen vader vertelde dat hij bij het kampvuur zou vertellen wat er gebeurd was, werd Jongen nog verdrietiger. Hoe kon zijn vader hem nu zo te schande maken met de hele stam erbij?


Die avond zat iedereen bij het kampvuur. Trommels lieten hun ritmische klanken horen. Eerst kwam de vader van Sneeuw vertellen hoe dapper zijn zoon was geweest. Hij had een bizon gedood. Sneeuw heette Sneeuw omdat hij in de winter geboren was. Maar dat is nu geen goede naam meer. Hij heeft met kracht de pijl geschoten. Zijn nieuwe naam is Pijl-doder. Pijl-doder mocht voor het eerst rond het vuur dansen.

Daarna kwam de vader van Jongen. Wat had Jongen nu graag zijn oren dichtgestopt. Grijze Aarde sprak: “Mijn jongen was zeer moedig. Hij hield met sterke hand de boog vast maar doodde de bizon niet.“ Alle aanwezigen rond het kampvuur keken verbaasd. Er waren er een paar die al naar hun hut wilden gaan. “Wacht,” zei de vader. “Mijn spreken is nog niet gedaan. Jongen is geen jager, hij heeft geen jagershart. Hij hield met sterke hand zijn boog op een groot moederdier gericht, maar hij doodde het dier niet. Zijn hart hield de pijl tegen. Hij zag ineens haar hulpeloze jong. Jongen heeft gekozen voor het pad van de wijsheid. Hij wil het leven van andere schepselen zoveel mogelijk sparen. Ik geef hem de naam van Bizon-Broeder, omdat hij zijn hart volgde.”
De mensen juichten en Bizon-Broeder danste opgelucht en blij. Vanaf dat moment leefde hij samen met alle dieren van de schepping.